Ezra 2:60

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:62 : 62 De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:60-62
    3 verzen
    93%

    60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

    61Ook togen dezen op van Thel-melah, Thel-harsa, Cherub, Addon en Immer; maar zij konden hunner vaderen huis, en hun zaad niet tonen, of zij uit Israel waren;

    62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • Ezra 2:29-33
    5 verzen
    80%

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

    31De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

  • Ezra 2:1-15
    15 verzen
    80%

    1Dit zijn de kinderen van dat landschap, die optogen uit de gevangenis, van de weggevoerden, die Nebukadnezar, koning van Babel, weggevoerd had naar Babel, die naar Jeruzalem en Juda zijn wedergekeerd, een iegelijk naar zijn stad;

    2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

    13De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • Ezra 2:56-59
    4 verzen
    78%

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

    59Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

  • Neh 7:33-34
    2 verzen
    75%

    33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

    34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 22De mannen van Netofa, zes en vijftig.

  • 10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

  • 8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • 20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • 35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

  • 64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.

  • 26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • 12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Neh 7:16-18
    3 verzen
    73%

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

  • 66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

  • 54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

  • 40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • Ezra 2:43-44
    2 verzen
    73%

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

  • 52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

  • 46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;