Ezra 2:22

Statenvertaling (States Bible)

De mannen van Netofa, zes en vijftig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 23:28 : 28 Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
  • 1 Kron 2:54 : 54 De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.
  • Neh 7:26 : 26 De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;
  • Jer 40:8 : 8 Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismael, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:26-28
    3 verzen
    82%

    26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

    27De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;

    28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • Ezra 2:23-24
    2 verzen
    81%

    23De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig.

    24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

  • 21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

  • Ezra 2:26-30
    5 verzen
    78%

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

    27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

    28De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

  • Neh 7:30-33
    4 verzen
    78%

    30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

    31De mannen van Michmas, honderd twee en twintig;

    32De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

    33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • Ezra 2:9-11
    3 verzen
    74%

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

  • Ezra 2:13-14
    2 verzen
    73%

    13De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

  • 58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 50Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.

  • 50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

  • 54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

  • 54De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    70%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • 8Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.

  • 6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

  • 32Anathoth, Nob, Ananja,

  • Ezra 2:33-35
    3 verzen
    70%

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

  • 15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • 20En van Nethinim, die David en de vorsten ten dienste der Levieten gegeven hadden, tweehonderd en twintig Nethinim, die allen bij namen genoemd werden.

  • Num 1:42-43
    2 verzen
    70%

    42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    43Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

  • Ezra 2:42-43
    2 verzen
    69%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

  • 15En de kinderen van Benjamin werden te dien dage geteld uit de steden, zes en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken, behalve dat de inwoners van Gibea geteld werden, zevenhonderd uitgelezene mannen.

  • 56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

  • 21Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

  • 41Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.

  • 12Het gehele getal van de hoofden der vaderen, der strijdbare helden, was twee duizend en zeshonderd.

  • 12Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.