Ezra 2:13

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 8:13 : 13 En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen.
  • Neh 7:18 : 18 De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:10-20
    11 verzen
    86%

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • Ezra 2:14-17
    4 verzen
    83%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • Ezra 2:2-12
    11 verzen
    80%

    2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 13En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen.

  • 66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

  • 8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • Ezra 2:26-33
    8 verzen
    75%

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

    27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

    28De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

    31De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

  • 35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

  • 64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.

  • 58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 66Hun paarden waren zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

  • Ezra 2:21-22
    2 verzen
    72%

    21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

    22De mannen van Netofa, zes en vijftig.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.