Nehemia 7:60

Statenvertaling (States Bible)

Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:58 : 58 Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:57-60
    4 verzen
    92%

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

    59Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.

    60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • Neh 7:7-9
    3 verzen
    79%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

  • Neh 7:61-62
    2 verzen
    79%

    61Ook togen dezen op van Thel-melah, Thel-harsa, Cherub, Addon en Immer; maar zij konden hunner vaderen huis, en hun zaad niet tonen, of zij uit Israel waren;

    62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • Neh 7:45-46
    2 verzen
    78%

    45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

  • Neh 7:37-40
    4 verzen
    78%

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • Neh 7:66-67
    2 verzen
    77%

    66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

    67Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend, driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd vijf en veertig zangers en zangeressen.

  • Neh 7:17-19
    3 verzen
    77%

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • Neh 7:12-14
    3 verzen
    75%

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Ezra 2:64-65
    2 verzen
    75%

    64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.

    65Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd zangers en zangeressen.

  • Ezra 2:8-10
    3 verzen
    75%

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 3En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).

  • 20En van Nethinim, die David en de vorsten ten dienste der Levieten gegeven hadden, tweehonderd en twintig Nethinim, die allen bij namen genoemd werden.

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    75%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • 33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

  • 25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • 57De kinderen der knechten van Salomo; de kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Perida;

  • Ezra 2:42-43
    2 verzen
    74%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

  • Neh 7:42-43
    2 verzen
    74%

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • 40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Neh 7:21-23
    3 verzen
    74%

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

  • Ezra 2:35-36
    2 verzen
    73%

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

    36De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

  • 17En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.

  • Neh 7:34-35
    2 verzen
    73%

    34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

  • 73En de priesters, en de Levieten, en de poortiers, en de zangers, en sommigen van het volk, en de Nethinim, en gans Israel, woonden in hun steden.