Nehemia 7:21

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:16 : 16 De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:15-17
    3 verzen
    94%

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • Neh 7:22-23
    2 verzen
    77%

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

  • Neh 7:8-20
    13 verzen
    77%

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • Ezra 2:7-9
    3 verzen
    75%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

  • Neh 7:42-45
    4 verzen
    74%

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

    44De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en veertig;

    45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

  • Neh 7:59-60
    2 verzen
    74%

    59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

    60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 7En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen.

  • Neh 7:37-40
    4 verzen
    73%

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • Neh 7:25-28
    4 verzen
    72%

    25De kinderen van Gibeon, vijf en negentig;

    26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

    27De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;

    28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • Ezra 2:4-5
    2 verzen
    72%

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • 42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

  • Ezra 2:24-25
    2 verzen
    72%

    24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • 5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;