Ezra 2:23

Statenvertaling (States Bible)

De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 21:18 : 18 Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
  • Neh 7:27 : 27 De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;
  • Jes 10:30 : 30 Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Lais toe, o ellendige Anathoth!
  • Jer 1:1 : 1 De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin;
  • Jer 11:21 : 21 Daarom, zo zegt de HEERE van de mannen van Anathoth, die uw ziel zoeken, zeggende: Profeteer niet in den Naam des HEEREN, opdat gij van onze handen niet sterft.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:26-28
    3 verzen
    93%

    26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

    27De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;

    28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • Ezra 2:21-22
    2 verzen
    81%

    21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

    22De mannen van Netofa, zes en vijftig.

  • Ezra 2:26-29
    4 verzen
    80%

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

    27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

    28De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • Neh 7:30-33
    4 verzen
    78%

    30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

    31De mannen van Michmas, honderd twee en twintig;

    32De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

    33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

  • Ezra 2:41-42
    2 verzen
    75%

    41De zangers. De kinderen van Asaf honderd acht en twintig.

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

  • 24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

  • 32Anathoth, Nob, Ananja,

  • 14En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.

  • Ezra 2:10-12
    3 verzen
    72%

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 71%

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 12En van de kinderen van Azgad, Johanan, de zoon van Katan; en met hem honderd en tien manspersonen.

  • 19Harif, Anathoth, Nebai,

  • Ezra 2:16-19
    4 verzen
    70%

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

    19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

  • 20En van Nethinim, die David en de vorsten ten dienste der Levieten gegeven hadden, tweehonderd en twintig Nethinim, die allen bij namen genoemd werden.

  • Ezra 2:37-38
    2 verzen
    70%

    37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

    38De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

  • 58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • Ezra 2:32-33
    2 verzen
    70%

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

  • Neh 7:44-45
    2 verzen
    70%

    44De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en veertig;

    45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

  • Neh 7:21-22
    2 verzen
    69%

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    69%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • 23En zij zullen geen overblijfsel hebben; want Ik zal een kwaad brengen over de mannen van Anathoth, in het jaar hunner bezoeking.

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

  • 19En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.

  • 6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

  • 17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

  • 26En Ahia, Hanan, Anan,