1 Kronieken 8:23

Statenvertaling (States Bible)

En Abdon, en Zichri, en Hanan,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

    25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

    27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 79%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 26En Ahia, Hanan, Anan,

  • 77%

    14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

    15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 77%

    30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

    31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 1 Kron 8:3-5
    3 verzen
    76%

    3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

    4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

    5En Gera, en Sefufan, en Huram.

  • 46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • Neh 10:10-12
    3 verzen
    75%

    10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

  • 27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • Neh 10:22-23
    2 verzen
    74%

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

    23Hosea, Hananja, Hassub,

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 73%

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

  • 25Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

  • 12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

  • 43Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

  • 31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • 21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

  • 5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.

  • 38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.

  • 27Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 38En Bani, en Binnui, Simei,