1 Kronieken 8:23
En Abdon, en Zichri, en Hanan,
En Abdon, en Zichri, en Hanan,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.
26En Samserai, en Seharja, en Athalja,
27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.
17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.
19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
22En Jispan, en Eber, en Eliel,
26En Ahia, Hanan, Anan,
14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,
15En Zebadja, en Arad, en Eder,
30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,
31En Gedor, en Ahio, en Zecher.
3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,
4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,
5En Gera, en Sefufan, en Huram.
46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.
27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;
22Pelatja, Hanan, Anaja,
23Hosea, Hananja, Hassub,
49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;
23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
25Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,
12Johanan de achtste; Elzabad de negende;
11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
43Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;
24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.
17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.
21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.
5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.
38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.
36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.
27Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.
10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.
8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;
16Adonia, Bigvai, Adin,
38En Bani, en Binnui, Simei,