1 Kronieken 24:10

Statenvertaling (States Bible)

Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Luk 1:5 : 5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.
  • Neh 12:4 : 4 Iddo, Ginnethoi, Abia,
  • Neh 12:17 : 17 Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 81%

    7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

    8Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

    9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

  • 80%

    11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

    12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,

    13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

    14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,

    15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,

    16Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,

    17Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,

    18Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.

  • 77%

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

    13Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  • 4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 74%

    13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    16Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    74%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 73%

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • Neh 10:17-18
    2 verzen
    73%

    17Ater, Hizkia, Azzur,

    18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 73%

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 73%

    10De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

    11De achtste, in de achtste maand, was Sibbechai, de Husathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

    12De negende, in de negende maand, was Abiezer, de Anathothiet; van de Benjaminieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 10Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 72%

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 18En met hen hun broeders van de tweede orde: Zecharja, Ben en Jaaziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, Eliab, en Benaja, en Maaseja, en Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, de poortiers.

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 71%

    18Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,