1 Kronieken 25:24
Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
9Het eerste lot nu ging uit voor Asaf, namelijk voor Jozef. Het tweede voor Gedalja; hij en zijn broederen, en zijn zonen, waren twaalf.
10Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
12Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
16Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
17Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
18Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
20Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
21Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
22Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
25Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
26Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
28Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
29Het twee en twintigste voor Giddalti; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
30Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
31Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,
11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,
12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,
13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,
26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;
27Zijn zoon was Non; zijn zoon Jozua.
19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;
15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,
16Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,
17Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,
25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.
2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.
11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.
3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.
24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.
40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.
23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,
4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.