Nehemia 12:18
Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
4Iddo, Ginnethoi, Abia,
5Mijamin, Maadja, Bilga,
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
7Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.
8En de Levieten waren: Jesua, Binnui, Kadmiel, Serebja, Juda, Matthanja; hij en zijn broederen waren over de dankzeggingen.
13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;
15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
35En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;
36En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38En Bani, en Binnui, Simei,
32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.
26En Samserai, en Seharja, en Athalja,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
12Johanan de achtste; Elzabad de negende;
7Mesullam, Abia, Mijamin,
8Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters.
32Benjamin, Malluch, Semarja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
18Hodia, Hasum, Bezai,
3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;
8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.
13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
42Sallum, Amarja, Jozef.
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.