Nehemia 10:11

Statenvertaling (States Bible)

Micha, Rehob, Hasabja,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 8:19 : 19 En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;
  • Ezra 8:24 : 24 Toen scheidde ik twaalf uit van de oversten der priesteren: Serebja Hasabja, en tien van hun broederen met hen.
  • Neh 11:15 : 15 En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
  • Neh 11:22 : 22 En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
  • Neh 12:24 : 24 De hoofden dan der Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiel, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 10:12-13
    2 verzen
    87%

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

    13Hodia, Bani, Beninu;

  • 10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

  • Neh 10:17-26
    10 verzen
    81%

    17Ater, Hizkia, Azzur,

    18Hodia, Hasum, Bezai,

    19Harif, Anathoth, Nebai,

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

    23Hosea, Hananja, Hassub,

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

    25Rehum, Hasabna, Maaseja,

    26En Ahia, Hanan, Anan,

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 79%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

    38En Bani, en Binnui, Simei,

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

    41Azareel, Selemja, Semarja,

  • 78%

    14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

    15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;

  • 3Sechanja, Rehum, Meremoth,

  • Neh 10:2-5
    4 verzen
    78%

    2Seraja, Azarja, Jeremia,

    3Pashur, Amarja, Malchia,

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 77%

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 76%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 76%

    24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

    25De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

  • Neh 12:34-35
    2 verzen
    75%

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

    35En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;

  • 13Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.

  • 40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  • 20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • Neh 12:5-6
    2 verzen
    75%

    5Mijamin, Maadja, Bilga,

    6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;