Nehemia 12:5
Mijamin, Maadja, Bilga,
Mijamin, Maadja, Bilga,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
4Iddo, Ginnethoi, Abia,
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;
15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
7Mesullam, Abia, Mijamin,
8Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters.
9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
18Hodia, Hasum, Bezai,
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
11Attai de zesde; Eliel de zevende;
12Johanan de achtste; Elzabad de negende;
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
16Adonia, Bigvai, Adin,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38En Bani, en Binnui, Simei,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,
20Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;
37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.
25Matthanja en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon en Akkub, waren poortiers, de wacht waarnemende bij de schatkamers der poorten.
32Benjamin, Malluch, Semarja.
5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.