1 Kronieken 24:14

Statenvertaling (States Bible)

Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:37 : 37 De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.
  • Ezra 10:20 : 20 En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.
  • Neh 7:40 : 40 De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,

    16Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,

    17Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,

    18Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.

  • 82%

    7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

    8Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

    9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

    10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

    11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

    12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,

    13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

  • Neh 12:15-16
    2 verzen
    72%

    15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

    16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • Neh 12:4-5
    2 verzen
    71%

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

    5Mijamin, Maadja, Bilga,

  • 71%

    21Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    22Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 70%

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

    13Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  • 40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

  • 69%

    15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    16Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • Joz 15:26-29
    4 verzen
    69%

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

    29Baala, en Ijim, en Azem,

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

  • 69%

    26Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

    27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

    28Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • Joz 15:23-24
    2 verzen
    68%

    23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

  • 13En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 15Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

  • 36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

  • 59Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;