Jozua 15:36
En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
42Libna, en Ether, en Asan,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
52Arab, en Duma, en Esan,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
60Kirjath-Baal, die is Kirjath-Jearim, en Rabba; twee steden en haar dorpen.
61In de woestijn: Beth-araba, Middin en Sechacha,
62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.
31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
26Amam, en Sema, en Molada,
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,
22En Kina, en Dimona, en Adada,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
46Van Ekron, en naar de zee toe; alle, die aan de zijde van Asdod zijn, en haar dorpen;
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
28En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.
34Hadid, Zeboim, Neballat,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,