Jozua 15:28

Statenvertaling (States Bible)

En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 26:33 : 33 En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.
  • Joz 19:2-3 : 2 En zij hadden in hun erfdeel: Beer-seba, en Seba, en Molada, 3 En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
  • 1 Kron 4:28 : 28 En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,
  • Gen 21:14 : 14 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en nam brood, en een fles water, en gaf ze aan Hagar, die leggende op haar schouder; ook gaf hij haar het kind, en zond haar weg. En zij ging voort, en dwaalde in de woestijn Ber-seba.
  • Gen 21:31-33 : 31 Daarom noemde men die plaats Ber-seba, omdat die beiden daar gezworen hadden. 32 Alzo maakten zij een verbond te Ber-seba. Daarna stond Abimelech op, en Pichol, zijn krijgsoverste, en zij keerden wederom naar het land der Filistijnen. 33 En hij plantte een bos in Ber-seba, en riep aldaar den Naam des HEEREN, des eeuwigen Gods, aan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 11:26-27
    2 verzen
    88%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • Joz 15:23-27
    5 verzen
    86%

    23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

    25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

  • 28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

  • 3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,

  • Joz 15:29-33
    5 verzen
    82%

    29Baala, en Ijim, en Azem,

    30En Eltholad, en Chesil, en Horma,

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

    33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

  • 5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    79%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

  • Joz 15:53-56
    4 verzen
    77%

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

    55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • Joz 15:35-38
    4 verzen
    77%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    76%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 75%

    8En Gath, en Maresa, en Zif,

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • Joz 18:25-26
    2 verzen
    75%

    25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

    26En Mizpa, en Chefira, en Moza,

  • 75%

    30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

    31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • Joz 19:20-21
    2 verzen
    75%

    20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,

    21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • Joz 13:18-19
    2 verzen
    74%

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • 48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

  • 61In de woestijn: Beth-araba, Middin en Sechacha,

  • 7En zij kwamen tot de vesting van Tyrus, en alle steden der Hevieten en der Kanaanieten; en zij kwamen uit aan het zuiden van Juda te Ber-seba.

  • 33En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.

  • 43En Jiftah, en Asna, en Nezib,

  • 36En Adama, en Rama, en Hazor,

  • 35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,