Numeri 32:35

Statenvertaling (States Bible)

En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 32:1 : 1 De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.
  • Num 32:3 : 3 Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;

  • 34En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,

  • 36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.

  • Joz 13:18-20
    3 verzen
    74%

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

    20En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;

  • Joz 15:27-28
    2 verzen
    73%

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • Joz 15:35-38
    4 verzen
    72%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • 56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • Num 33:32-33
    2 verzen
    72%

    32En zij verreisden van Bene-Jaakan, en legerden zich in Hor-Gidgad.

    33En zij verreisden van Hor-gidgad, en legerden zich in Jotbatha.

  • 72%

    80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

    81En Hesbon en haar voorsteden, en Jaezer en haar voorsteden.

  • Neh 11:26-27
    2 verzen
    72%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • Neh 11:32-34
    3 verzen
    72%

    32Anathoth, Nob, Ananja,

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

  • 25Dat hun landpale was Jaezer, en al de steden van Gilead, en het halve land der kinderen Ammons, tot Aroer toe, die voor aan Rabba is;

  • 28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,

  • 41Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 5En zij gingen over de Jordaan, en legerden zich bij Aroer, ter rechterhand der stad, die in het midden is van de beek van Gad, en aan Jaezer.

  • Joz 19:36-37
    2 verzen
    71%

    36En Adama, en Rama, en Hazor,

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 30En tot die te Horma, en tot die te Chor-Asan, en tot die te Atach,

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • 25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • Joz 19:44-45
    2 verzen
    70%

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • 25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

  • 30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 27En in het dal, Beth-haram, en Beth-nimra, en Sukkoth, en Zefon, wat over was van het koninkrijk van Sihon, den koning te Hesbon, de Jordaan en haar landpale, tot aan het einde der zee van Cinnereth, over de Jordaan, tegen het oosten.

  • 7En komt af van Janoah naar Ataroth en Naharoth, en stoot aan Jericho, en gaat uit aan de Jordaan.

  • 53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

  • 32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

  • 36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

  • 42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

  • 39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.

  • 2En het komt van Beth-El uit naar Luz; en het gaat door tot de landpale des Archiets, tot Ataroth toe;

  • 43En Jiftah, en Asna, en Nezib,

  • 1De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.

  • 21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.