Jozua 19:36
En Adama, en Rama, en Hazor,
En Adama, en Rama, en Hazor,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
4En Eltholad, en Bethul, en Horma,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
26Amam, en Sema, en Molada,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
29Baala, en Ijim, en Azem,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
22En Kina, en Dimona, en Adada,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
35De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
34En Zanoah, en En-gannim, Tappuah, en Enam,
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
23En Haavvim, en Para, en Ofra,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
26En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-Libnath;
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
16Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de landpale van Damaskus en tussen de landpale van Hamath is; Hazar Hattichon, dat aan de landpale van Havran is.
35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,
36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,
43En Elon, en Timnatha, en Ekron,
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.
18Hodia, Hasum, Bezai,
28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.
30En tot die te Horma, en tot die te Chor-Asan, en tot die te Atach,
73En Ramoth en haar voorsteden, en Anem en haar voorsteden.
80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,
19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.