Jozua 19:37
En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
35De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,
36En Adama, en Rama, en Hazor,
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
4En Eltholad, en Bethul, en Horma,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;
37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
31Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
43En Elon, en Timnatha, en Ekron,
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
7Toen heiligden zij Kedes in Galilea, op het gebergte van Nafthali, en Sichem op het gebergte van Efraim, en Kirjath-Arba, deze is Hebron, op het gebergte van Juda.
79En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
25En hun landpale was Helkath, en Hali, en Beten, en Achsaf,
36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
19De koning van Madon, een; de koning van Hazor, een;
76En van den stam van Nafthali: Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammon en haar voorsteden, en Kirjathaim en haar voorsteden.
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.
37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.