Jozua 21:37

Statenvertaling (States Bible)

Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    79En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;

    80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

  • Joz 21:29-36
    8 verzen
    83%

    29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

    30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;

    31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

    32En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.

    33Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.

    34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;

    35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

    36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

  • Joz 21:14-26
    13 verzen
    83%

    14En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;

    15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

    18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.

    19Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.

    20De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.

    21En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;

    22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

    23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

    24Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.

    25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

    26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.

  • Joz 21:38-42
    5 verzen
    81%

    38Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;

    39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.

    40Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.

    41Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.

    42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.

  • 18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

  • Joz 19:37-38
    2 verzen
    77%

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

    38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • 41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

  • 7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

  • Joz 15:36-37
    2 verzen
    73%

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

  • 43Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten.

  • 21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

  • Joz 19:6-7
    2 verzen
    72%

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

    7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • 59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

  • 9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

  • Joz 21:4-5
    2 verzen
    71%

    4Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.

    5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.

  • 27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

  • 21De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda, tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,

  • 68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,

  • 60Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,