1 Kronieken 6:60

Statenvertaling (States Bible)

Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 1:1 : 1 De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin;
  • Jer 11:23 : 23 En zij zullen geen overblijfsel hebben; want Ik zal een kwaad brengen over de mannen van Anathoth, in het jaar hunner bezoeking.
  • Jer 37:12 : 12 Dat Jeremia uit Jeruzalem uitging, om te gaan in het land van Benjamin, om van daar te scheiden door het midden des volks.
  • Joz 18:24 : 24 Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
  • Joz 21:17-18 : 17 En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden; 18 Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
  • 1 Sam 13:3 : 3 Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.
  • 1 Kon 2:26 : 26 En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.
  • 1 Kron 8:6 : 6 Dezen nu zijn de kinderen van Ehud; dezen waren hoofden der vaderen van de inwoners te Geba, en hij voerde hen over naar Manahath;
  • Jes 10:30 : 30 Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Lais toe, o ellendige Anathoth!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 21:16-20
    5 verzen
    83%

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

    18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.

    19Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.

    20De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.

  • 81%

    58En Hilen en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden,

    59En Asan en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden.

  • 79%

    61Maar de kinderen van Kahath, die overgebleven waren, hadden van het huisgezin van den stam, uit den halven stam van half Manasse, bij het lot, tien steden.

    62En de kinderen van Gerson, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den stam van Manasse in Basan, dertien steden.

    63De kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, bij het lot, twaalf steden.

    64Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden.

    65En zij gaven ze bij het lot, van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, en van den stam der kinderen van Benjamin, deze steden, dewelke zij bij namen noemden.

    66Aan de overigen nu, uit de huisgezinnen der kinderen van Kahath, dien gewerden steden hunner landpale, van den stam van Efraim.

  • Joz 18:27-28
    2 verzen
    77%

    27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

    28En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.

  • Joz 19:6-7
    2 verzen
    77%

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

    7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • Joz 15:57-59
    3 verzen
    76%

    57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • Joz 21:4-6
    3 verzen
    76%

    4Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.

    5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.

    6En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.

  • 75%

    68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,

    69En Ajalon en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden.

    70En uit den halven stam van Manasse: Aner en haar voorsteden, en Bileam en haar voorsteden. De huisgezinnen der overige kinderen van Kahath hadden deze steden:

  • Joz 18:24-25
    2 verzen
    75%

    24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.

    25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

  • Joz 18:21-22
    2 verzen
    75%

    21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

    22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • Joz 21:25-26
    2 verzen
    75%

    25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

    26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.

  • Neh 11:31-32
    2 verzen
    75%

    31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

    32Anathoth, Nob, Ananja,

  • Joz 21:22-23
    2 verzen
    74%

    22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

    23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

  • 33Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.

  • 38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 76En van den stam van Nafthali: Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammon en haar voorsteden, en Kirjathaim en haar voorsteden.

  • Joz 15:53-54
    2 verzen
    72%

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • 73En Ramoth en haar voorsteden, en Anem en haar voorsteden.

  • 9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

  • 41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

  • 62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.

  • 37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 15:50-51
    2 verzen
    70%

    50En Anab, en Estemo, en Anim,

    51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.

  • 15En de kinderen van Benjamin werden te dien dage geteld uit de steden, zes en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken, behalve dat de inwoners van Gibea geteld werden, zevenhonderd uitgelezene mannen.