1 Kronieken 6:58

Statenvertaling (States Bible)

En Hilen en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 10:3 : 3 Daarom zond Adoni-Zedek, koning van Jeruzalem, tot Hoham, den koning van Hebron, en tot Pir-Am, den koning van Jarmuth, en tot Jafia, den koning van Lachis, en tot Debir, den koning van Eglon, zeggende:
  • Joz 10:38 : 38 Toen keerde Jozua, en gans Israel met hem, naar Debir, en hij krijgde tegen haar.
  • Joz 12:13 : 13 De koning van Debir, een; de koning van Geder, een;
  • Joz 15:49 : 49 En Danna, en Kirjath-Sanna, die is Debir,
  • Joz 15:51 : 51 En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
  • Joz 21:15 : 15 En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 21:11-17
    7 verzen
    82%

    11Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.

    12Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.

    13Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;

    14En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;

    15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

  • 80%

    59En Asan en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden.

    60Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.

  • 78%

    55En zij gaven hun Hebron, in het land van Juda, en haar voorsteden rondom dezelve.

    56Maar het veld der stad, en haar dorpen, gaven zij Kaleb, den zoon van Jefunne.

    57En den kinderen van Aaron gaven zij steden van Juda, de vrijstad Hebron, en Libna en haar voorsteden, en Jattir en Esthemoa, en haar voorsteden,

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    78%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 77%

    75En Hukok en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden.

    76En van den stam van Nafthali: Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammon en haar voorsteden, en Kirjathaim en haar voorsteden.

  • 75%

    67Want zij gaven hun van de vrijsteden, Sichem en haar voorsteden op het gebergte van Efraim, en Gezer en haar voorsteden,

    68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,

    69En Ajalon en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden.

  • Joz 15:48-49
    2 verzen
    75%

    48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

    49En Danna, en Kirjath-Sanna, die is Debir,

  • 74%

    79En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;

    80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

    81En Hesbon en haar voorsteden, en Jaezer en haar voorsteden.

  • 10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • Joz 15:53-54
    2 verzen
    73%

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • 11En van daar was hij heengetogen tegen de inwoners van Debir; de naam nu van Debir was te voren Kirjath-Sefer.

  • 72%

    72En van den stam van Issaschar: Kedes en haar voorsteden, Dobrath en haar voorsteden,

    73En Ramoth en haar voorsteden, en Anem en haar voorsteden.

  • 31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

  • 64Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden.

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • 62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.

  • 6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

  • 15En van daar toog hij opwaarts tot de inwoners van Debir, (de naam van Debir nu was te voren Kirjath-Sefer).

  • 26En van Hesbon af tot Ramath-Mizpa en Betonim; en van Mahanaim tot aan de landpale van Debir;

  • 28En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.

  • 25In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;

  • 25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • 30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

  • 39En hij nam haar in, met haar koning, en al haar steden, en zij sloegen haar met de scherpte des zwaards, en verbanden alle ziel, die daarin was; hij liet geen overigen overblijven; gelijk als hij aan Hebron gedaan had, alzo deed hij aan Debir en haar koning, en gelijk als hij aan Libna en haar koning gedaan had;

  • 38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • 27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

  • 28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • 34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,