Jozua 18:27

Statenvertaling (States Bible)

En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 28En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.

  • Joz 18:21-26
    6 verzen
    80%

    21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

    22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

    23En Haavvim, en Para, en Ofra,

    24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.

    25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

    26En Mizpa, en Chefira, en Moza,

  • Joz 19:20-21
    2 verzen
    76%

    20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,

    21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • Joz 15:56-60
    5 verzen
    74%

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

    57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

    60Kirjath-Baal, die is Kirjath-Jearim, en Rabba; twee steden en haar dorpen.

  • Joz 15:53-54
    2 verzen
    74%

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • Joz 19:44-45
    2 verzen
    74%

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • 17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

  • Joz 15:36-38
    3 verzen
    73%

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • 31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 15:32-33
    2 verzen
    72%

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

    33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

  • Joz 15:27-28
    2 verzen
    72%

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • Joz 19:37-38
    2 verzen
    72%

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

    38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • Joz 19:6-7
    2 verzen
    72%

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

    7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • 30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

  • Joz 21:35-37
    3 verzen
    71%

    35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

    36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

    37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

  • Neh 11:25-27
    3 verzen
    71%

    25In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • 43De kinderen van Hebron nu waren Korah, en Tappuah, en Rekem, en Sema.

  • 10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 60Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.

  • 41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

  • 31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

  • 31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • 19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • 29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

  • 29En tot die te Rachel, en tot die, welke in de steden der Jerahmeelieten waren, en tot die, welke in de steden der Kenieten waren,

  • 24Zif, en Telem, en Bealoth,