Jozua 15:32
En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.
32En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
42Libna, en Ether, en Asan,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
60Kirjath-Baal, die is Kirjath-Jearim, en Rabba; twee steden en haar dorpen.
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
22En deze landpale reikt aan Thabor, en Sahazima, en Beth-Semes; en de uitgangen van hun landpale zijn aan de Jordaan; zestien steden en haar dorpen.
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
52Arab, en Duma, en Esan,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
25Gibeon, en Rama, en Beeroth,
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.
42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.
34Hadid, Zeboim, Neballat,
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.