1 Kronieken 4:31

Statenvertaling (States Bible)

En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 19:5-6 : 5 En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza, 6 En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 81%

    28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

    29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

    30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

  • 79%

    32En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.

    33En al haar dorpen, die in den omloop dezer steden waren, tot Baal toe. Dit zijn hun woningen en hun geslachtsrekening voor hen.

  • Neh 11:26-31
    6 verzen
    77%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

    28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,

    29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

    30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

    31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

  • Joz 15:35-37
    3 verzen
    77%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

  • Joz 19:5-7
    3 verzen
    76%

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

    7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • Joz 15:27-28
    2 verzen
    75%

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • 9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.

  • Joz 15:31-33
    3 verzen
    74%

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

    33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • 36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.

  • 72%

    7En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

    8En Gath, en Maresa, en Zif,

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 72%

    27Namelijk tot die te Beth-El, en tot die te Ramoth tegen het zuiden, en tot die te Jather,

    28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,

  • 44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.

  • 19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • 35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

  • 21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • 27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

  • 31En tot die te Hebron, en tot al de plaatsen, waar David gewandeld had, hij en zijn mannen.

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    71%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • 31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,

  • 16En zij woonden in Gilead, in Basan, en in haar onderhorige plaatsen, en in al de voorsteden van Saron, tot aan hun uitgangen.

  • 32En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.