2 Kronieken 11:7

Statenvertaling (States Bible)

En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 15:35 : 35 Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
  • Joz 15:58 : 58 Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
  • 1 Sam 22:1 : 1 Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broeders hoorden het, en het ganse huis zijns vaders, en kwamen derwaarts tot hem af.
  • 2 Sam 23:13 : 13 Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in den oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en de hoop der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafaim.
  • Micha 1:15 : 15 Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israels.
  • Joz 12:15 : 15 De koning van Libna, een; de koning van Adullam, een;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 79%

    8En Gath, en Maresa, en Zif,

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

    11En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;

  • 6Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,

  • Joz 15:35-38
    4 verzen
    76%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • Neh 11:26-31
    6 verzen
    76%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

    28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,

    29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

    30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

    31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 7David nu woonde op den burg; daarom heet men dien de stad Davids.

  • Joz 19:4-6
    3 verzen
    72%

    4En Eltholad, en Bethul, en Horma,

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

  • Joz 15:26-28
    3 verzen
    72%

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • 71%

    28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

    29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

    30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

    31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    71%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 16En David was toen in de vesting en de bezetting der Filistijnen was toen te Bethlehem.

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 24Zif, en Telem, en Bealoth,

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

  • 44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

  • 48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

  • 11Attai de zesde; Eliel de zevende;

  • Joz 15:55-56
    2 verzen
    68%

    55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • 18Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.

  • 42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

  • 17Alzo bouwde Salomo Gezer, en het lage Beth-horon.

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

  • 28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,