Jozua 19:4

Statenvertaling (States Bible)

En Eltholad, en Bethul, en Horma,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 15:30 : 30 En Eltholad, en Chesil, en Horma,
  • Richt 1:17 : 17 Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaanieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 15:23-31
    9 verzen
    88%

    23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

    25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

    29Baala, en Ijim, en Azem,

    30En Eltholad, en Chesil, en Horma,

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

  • 82%

    29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

    30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

    31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • Joz 19:5-6
    2 verzen
    79%

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

  • Joz 19:42-45
    4 verzen
    77%

    42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

    43En Elon, en Timnatha, en Ekron,

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • 3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,

  • Joz 18:22-23
    2 verzen
    75%

    22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

    23En Haavvim, en Para, en Ofra,

  • 30En tot die te Horma, en tot die te Chor-Asan, en tot die te Atach,

  • Joz 19:36-38
    3 verzen
    74%

    36En Adama, en Rama, en Hazor,

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

    38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • Joz 19:19-21
    3 verzen
    73%

    19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,

    20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,

    21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • Joz 13:18-20
    3 verzen
    72%

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

    20En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;

  • 3De HEERE dan verhoorde de stem van Israel, en gaf de Kanaanieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    72%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 17Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaanieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    71%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • Neh 11:26-27
    2 verzen
    70%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

  • 29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

  • 54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • 14De koning van Horma, een; de koning van Harad, een;

  • 45Toen kwamen af de Amalekieten en de Kanaanieten, die in dat gebergte woonden, en sloegen hen, en versmeten hen, tot Horma toe.

  • 7En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

  • 26En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-Libnath;

  • Neh 10:18-19
    2 verzen
    68%

    18Hodia, Hasum, Bezai,

    19Harif, Anathoth, Nebai,

  • 28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,