Jozua 19:5
En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
4En Eltholad, en Bethul, en Horma,
30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,
31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
8En Gath, en Maresa, en Zif,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
35De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
16Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
25En hun landpale was Helkath, en Hali, en Beten, en Achsaf,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
26En Mizpa, en Chefira, en Moza,
18Hodia, Hasum, Bezai,