Jozua 18:26
En Mizpa, en Chefira, en Moza,
En Mizpa, en Chefira, en Moza,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
23En Haavvim, en Para, en Ofra,
24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
25Gibeon, en Rama, en Beeroth,
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
20En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;
8En Gath, en Maresa, en Zif,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
26Amam, en Sema, en Molada,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
18Hodia, Hasum, Bezai,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,
20Magpias, Mesullam, Hezir,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.
68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,
23En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
79En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;
3Tot de Kanaanieten tegen het oosten en tegen het westen, en de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten; en de Jebusieten op het gebergte, en de Hevieten onder aan Hermon, in het land van Mizpa.
17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
17Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.