2 Kronieken 11:8

Statenvertaling (States Bible)

En Gath, en Maresa, en Zif,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 15:24 : 24 Zif, en Telem, en Bealoth,
  • Joz 15:44 : 44 En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
  • 1 Sam 23:14 : 14 David nu bleef in de woestijn in de vestingen, en hij bleef op den berg in de woestijn Zif; en Saul zocht hem alle dagen, doch God gaf hem niet over in zijn hand.
  • 1 Sam 23:19 : 19 Toen togen de Zifieten op tot Saul naar Gibea, zeggende: Heeft zich niet David bij ons verborgen in de vestingen in het woud, op den heuvel van Hachila, die aan de rechterhand der wildernis is?
  • 1 Kron 18:1 : 1 Het geschiedde nu na dezen, dat David de Filistijnen sloeg, en hen ten onderbracht; en hij nam Gath, en haar onderhorige plaatsen, uit der Filistijnen hand.
  • Ps 54:1 : 1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 7En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

  • Neh 11:26-31
    6 verzen
    79%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

    28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,

    29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

    30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

    31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

  • Joz 15:23-24
    2 verzen
    77%

    23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

  • Joz 15:43-44
    2 verzen
    76%

    43En Jiftah, en Asna, en Nezib,

    44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.

  • Joz 15:53-56
    4 verzen
    76%

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

    55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • Joz 19:5-6
    2 verzen
    76%

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

  • Joz 15:35-39
    5 verzen
    75%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

    39Lachis, en Bozkath, en Eglon,

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

  • Joz 18:25-26
    2 verzen
    74%

    25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

    26En Mizpa, en Chefira, en Moza,

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    74%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    74%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • Joz 13:18-19
    2 verzen
    74%

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • 28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • Joz 19:44-45
    2 verzen
    74%

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • 33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 73%

    30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

    31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • 48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

  • 18Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 19Toen togen de Zifieten op tot Saul naar Gibea, zeggende: Heeft zich niet David bij ons verborgen in de vestingen in het woud, op den heuvel van Hachila, die aan de rechterhand der wildernis is?

  • 1De Zifieten nu kwamen tot Saul te Gibea, zeggende: Houdt zich David niet verborgen op den heuvel van Hachila, voor aan de wildernis?

  • 1Het geschiedde nu na dezen, dat David de Filistijnen sloeg, en hen ten onderbracht; en hij nam Gath, en haar onderhorige plaatsen, uit der Filistijnen hand.

  • 19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,

  • 42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,