2 Kronieken 11:9
En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
6Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
7En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,
8En Gath, en Maresa, en Zif,
26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
39Lachis, en Bozkath, en Eglon,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
29Baala, en Ijim, en Azem,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,
43En Elon, en Timnatha, en Ekron,
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.
31En Gedor, en Ahio, en Zecher.
11De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een;
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
7Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
17Ater, Hizkia, Azzur,
18Hodia, Hasum, Bezai,
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.