1 Kronieken 4:30

Statenvertaling (States Bible)

En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 15:31 : 31 En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
  • Joz 19:4-5 : 4 En Eltholad, en Bethul, en Horma, 5 En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
  • 1 Sam 27:6 : 6 Toen gaf Achis te dien dage Ziklag; daarom is Ziklag van de koningen van Juda geweest tot op dezen dag.
  • 1 Sam 30:1 : 1 Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden;
  • 1 Kron 12:1 : 1 Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
  • Neh 11:28 : 28 En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 19:3-6
    4 verzen
    82%

    3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,

    4En Eltholad, en Bethul, en Horma,

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

  • 31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • 80%

    28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

    29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

  • Neh 11:26-30
    5 verzen
    78%

    26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

    27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

    28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,

    29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

    30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

  • Joz 15:30-32
    3 verzen
    78%

    30En Eltholad, en Chesil, en Horma,

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 75%

    30En tot die te Horma, en tot die te Chor-Asan, en tot die te Atach,

    31En tot die te Hebron, en tot al de plaatsen, waar David gewandeld had, hij en zijn mannen.

  • Joz 15:27-28
    2 verzen
    74%

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • Joz 15:24-25
    2 verzen
    73%

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

    25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • 73%

    7En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

    8En Gath, en Maresa, en Zif,

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 73%

    27Namelijk tot die te Beth-El, en tot die te Ramoth tegen het zuiden, en tot die te Jather,

    28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    72%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • Num 32:35-36
    2 verzen
    71%

    35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,

    36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.

  • 9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 15:35-37
    3 verzen
    71%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

  • 1Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden;

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 36En Adama, en Rama, en Hazor,

  • 27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

  • 54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

  • 14Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op hetgeen van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.

  • 44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

  • 17Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaanieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.

  • 6Toen gaf Achis te dien dage Ziklag; daarom is Ziklag van de koningen van Juda geweest tot op dezen dag.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.