Jozua 19:35

Statenvertaling (States Bible)

De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 11:2 : 2 En tot de koningen, die tegen het noorden op het gebergte, en op het vlakke, tegen het zuiden van Cinneroth, en in de laagte, en in Nafoth-Dor, aan de zee waren;
  • Gen 10:18 : 18 En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
  • 1 Kon 8:65 : 65 Terzelfder tijd ook hield Salomo het feest, en gans Israel met hem, een grote gemeente, van den ingang af van Hamath tot de rivier van Egypte, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, zeven dagen en zeven dagen, zijnde veertien dagen.
  • Marc 6:53 : 53 En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.
  • Num 13:21 : 21 Alzo trokken zij op, en verspiedden het land, van de woestijn Zin af tot Rechob toe, waar men gaat naar Hamath.
  • Num 34:8 : 8 Van den berg Hor zult gij aftekenen tot daar men komt te Hamath; en de uitgangen dezer landpale zullen zijn naar Zedad.
  • Joz 13:27 : 27 En in het dal, Beth-haram, en Beth-nimra, en Sukkoth, en Zefon, wat over was van het koninkrijk van Sihon, den koning te Hesbon, de Jordaan en haar landpale, tot aan het einde der zee van Cinnereth, over de Jordaan, tegen het oosten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 19:26-30
    5 verzen
    77%

    26En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-Libnath;

    27En wendt zich tegen den opgang der zon naar Beth-Dagon, en reikt aan Zebulon, en aan het dal Jiftha-El noordwaarts naar Beth-Emek, en Nehiel, en komt uit tot Kabul ter linkerhand;

    28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.

    29En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,

    30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

  • Joz 19:36-38
    3 verzen
    75%

    36En Adama, en Rama, en Hazor,

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

    38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • Joz 19:19-21
    3 verzen
    73%

    19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,

    20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,

    21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • Joz 19:13-16
    4 verzen
    73%

    13En van daar gaat zij oostwaarts door naar den opgang, naar Gath-Hefer, te Eth-Kazin, en zij komt uit te Rimmon-Methoar, hetwelk is Nea.

    14En deze landpale keert zich om tegen het noorden naar Hannathon, en haar uitgangen zijn het dal van Jiftah-El.

    15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

    16Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.

  • Neh 11:33-34
    2 verzen
    73%

    33Hazor, Rama, Gitthaim,

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • Joz 13:18-19
    2 verzen
    72%

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • Joz 19:5-7
    3 verzen
    72%

    5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

    6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

    7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • Joz 15:31-37
    7 verzen
    72%

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

    33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

    34En Zanoah, en En-gannim, Tappuah, en Enam,

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

  • Joz 19:33-34
    2 verzen
    72%

    33En hun landpale is van Helef, van Allon tot Zaanannim, en Adami-Nekeb, en Jabneel, tot Lakkum; en haar uitgangen zijn aan de Jordaan.

    34En deze landpale wendt zich westwaarts naar Asnoth-Thabor, en van daar gaat zij voort naar Hukkok, en zij reikt aan Zebulon tegen het zuiden, en aan Aser reikt zij tegen het westen, en aan Juda aan de Jordaan tegen den opgang der zon.

  • 25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • 27En in het dal, Beth-haram, en Beth-nimra, en Sukkoth, en Zefon, wat over was van het koninkrijk van Sihon, den koning te Hesbon, de Jordaan en haar landpale, tot aan het einde der zee van Cinnereth, over de Jordaan, tegen het oosten.

  • Num 34:10-11
    2 verzen
    71%

    10Voorts zult gij u tot een landpale tegen het oosten aftekenen van Hazar-Enan naar Sefam.

    11En deze landpale zal afgaan van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain; daarna zal deze landpale afgaan en strekken langs den oever van de zee Cinnereth oostwaarts.

  • Joz 15:54-56
    3 verzen
    71%

    54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.

    55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • 35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

  • 16Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de landpale van Damaskus en tussen de landpale van Hamath is; Hazar Hattichon, dat aan de landpale van Havran is.

  • 40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,

  • Neh 11:29-30
    2 verzen
    70%

    29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,

    30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

  • 29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

  • 2En tot de koningen, die tegen het noorden op het gebergte, en op het vlakke, tegen het zuiden van Cinneroth, en in de laagte, en in Nafoth-Dor, aan de zee waren;

  • 19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.

  • 46En Me-Jarkon, en Rakkon, met de landpale tegenover Jafo.

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,