Jozua 21:29
Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;
24Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.
25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.
26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.
30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;
31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.
32En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.
14En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;
15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;
16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;
18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
19Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.
35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.
36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;
37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
22En deze landpale reikt aan Thabor, en Sahazima, en Beth-Semes; en de uitgangen van hun landpale zijn aan de Jordaan; zestien steden en haar dorpen.
23Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.
39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
39Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;
41Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.
42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.
28En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;
34En Zanoah, en En-gannim, Tappuah, en Enam,
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
21De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda, tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
59En Asan en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden.
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,
62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.