Jozua 15:34
En Zanoah, en En-gannim, Tappuah, en Enam,
En Zanoah, en En-gannim, Tappuah, en Enam,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
52Arab, en Duma, en Esan,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
22En Kina, en Dimona, en Adada,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
26Amam, en Sema, en Molada,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
29Baala, en Ijim, en Azem,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,
49En Danna, en Kirjath-Sanna, die is Debir,
50En Anab, en Estemo, en Anim,
32Anathoth, Nob, Ananja,
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
42Libna, en Ether, en Asan,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
32En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
23En Haavvim, en Para, en Ofra,
24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
35De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
8En Gath, en Maresa, en Zif,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,