Jozua 21:28

Statenvertaling (States Bible)

En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 19:12 : 12 En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-Thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.
  • 1 Kron 6:72-73 : 72 En van den stam van Issaschar: Kedes en haar voorsteden, Dobrath en haar voorsteden, 73 En Ramoth en haar voorsteden, en Anem en haar voorsteden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 87%

    71De kinderen van Gerson hadden van de huisgezinnen van den halven stam van Manasse: Golan in Basan en haar voorsteden, en Astharoth, en haar voorsteden.

    72En van den stam van Issaschar: Kedes en haar voorsteden, Dobrath en haar voorsteden,

  • Joz 19:22-23
    2 verzen
    79%

    22En deze landpale reikt aan Thabor, en Sahazima, en Beth-Semes; en de uitgangen van hun landpale zijn aan de Jordaan; zestien steden en haar dorpen.

    23Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

  • Joz 21:29-37
    9 verzen
    74%

    29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

    30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;

    31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

    32En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.

    33Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.

    34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;

    35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

    36En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

    37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 21:6-7
    2 verzen
    73%

    6En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.

    7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

  • Num 1:28-29
    2 verzen
    73%

    28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Joz 19:16-17
    2 verzen
    72%

    16Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.

    17Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

  • Joz 21:15-17
    3 verzen
    72%

    15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

  • 72%

    25En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.

    26En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

  • Joz 21:22-23
    2 verzen
    71%

    22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

    23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

  • 18En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

  • 76En van den stam van Nafthali: Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammon en haar voorsteden, en Kirjathaim en haar voorsteden.

  • 71%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 62En de kinderen van Gerson, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den stam van Manasse in Basan, dertien steden.

  • 5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

  • 25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

  • 49En Danna, en Kirjath-Sanna, die is Debir,

  • 9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

  • 15Ook waren de vorsten in Issaschar met Debora; en gelijk Issaschar, alzo was Barak; op zijn voeten werd hij gezonden in het dal. In Rubens gedeelten waren de inbeeldingen des harten groot.

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • 8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

  • 74En van den stam van Aser: Masal en haar voorsteden, en Abdor en haar voorsteden,

  • 11Want Manasse had, in Issaschar en in Aser, Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en Jibleam en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te En-Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Thaanach en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Megiddo en haar onderhorige plaatsen: drie landstreken.

  • 25In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;

  • 42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.

  • 21De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda, tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,

  • 31Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.

  • 17Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

  • 80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

  • 58En Hilen en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden,

  • 12En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-Thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.

  • 16En zij woonden in Gilead, in Basan, en in haar onderhorige plaatsen, en in al de voorsteden van Saron, tot aan hun uitgangen.

  • 41En de landpale van hun erfdeel was: Zora, en Esthaol, en Ir-Semes,

  • 37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,