Numeri 2:5

Statenvertaling (States Bible)

En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:8 : 8 Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.
  • Num 7:18 : 18 Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.
  • Num 7:23 : 23 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
  • Num 10:15 : 15 En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
  • Num 26:23-25 : 23 De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten; 24 Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten. 25 Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.
  • Num 1:28-29 : 28 Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken, 29 Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 10:14-16
    3 verzen
    88%

    14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

    16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

  • Num 2:10-15
    6 verzen
    80%

    10De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elizur, de zoon van Sedeur, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

    11Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

    12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

    13Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

    14Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

    15Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • Num 2:6-8
    3 verzen
    80%

    6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

    8Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 2:25-30
    6 verzen
    79%

    25De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn.

    26Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

    27En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

    28Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

    29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

    30Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 2:2-4
    3 verzen
    76%

    2De kinderen Israels zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hunner vaderen; rondom tegenover de tent der samenkomst zullen zij zich legeren.

    3Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminadab, zal de overste der zonen van Juda zijn.

    4Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en zeventig duizend en zeshonderd.

  • Num 1:28-31
    4 verzen
    76%

    28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 34:25-26
    2 verzen
    75%

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  • 32En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;

  • Num 2:18-23
    6 verzen
    74%

    18De banier des legers van Efraim, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn; en Elisama, de zoon van Ammihud, zal de overste der zonen van Efraim zijn.

    19Zijn heir nu, en zijn getelden waren veertig duizend en vijfhonderd.

    20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

    21Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

    22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

    23Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en dertig duizend en vierhonderd.

  • 27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

  • 73%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 18En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

  • 18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

  • 52En de kinderen Israels zullen zich legeren, een iegelijk bij zijn leger, en een iegelijk bij zijn banier, naar hun heiren.

  • 17Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

  • 22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

  • 26En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

  • 5En hun broeders, in alle huisgezinnen van Issaschar, kloeke helden, waren zeven en tachtig duizend, al dezelve in geslachtsregisters gesteld zijnde.

  • 19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.

  • 28En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;

  • 25Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.

  • 72En van den stam van Issaschar: Kedes en haar voorsteden, Dobrath en haar voorsteden,