Numeri 34:25

Statenvertaling (States Bible)

En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 34:26-28
    3 verzen
    83%

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

    27En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

    28En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

  • Num 1:8-10
    3 verzen
    78%

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • Num 10:15-16
    2 verzen
    77%

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

    16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • Num 34:21-24
    4 verzen
    76%

    21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

    22En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

    23Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

    24En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

  • 74%

    16Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

    17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • Num 1:5-6
    2 verzen
    73%

    5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

    6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

  • 72%

    8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

    9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

  • 72%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 71%

    21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

    22Over Dan was Azarel, de zoon van Jeroham. Dezen waren de oversten der stammen van Israel.

  • Num 1:30-31
    2 verzen
    71%

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • 29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

  • Num 10:18-19
    2 verzen
    70%

    18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

    19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 70%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 10De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elizur, de zoon van Sedeur, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

  • 26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • 9Van de stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.

  • 22En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.

  • 18Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 35De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.

  • 27Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!

  • 4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;