Numeri 10:15

Statenvertaling (States Bible)

En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:8 : 8 Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.
  • Num 7:18 : 18 Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 2:3-8
    6 verzen
    88%

    3Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminadab, zal de overste der zonen van Juda zijn.

    4Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en zeventig duizend en zeshonderd.

    5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

    6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

    8Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 1:7-9
    3 verzen
    87%

    7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • Num 10:22-28
    7 verzen
    80%

    22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

    23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

    25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.

    26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.

    27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

    28Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

  • Num 2:27-30
    4 verzen
    76%

    27En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

    28Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

    29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

    30Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 10:18-20
    3 verzen
    74%

    18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

    19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

    20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • Num 34:25-26
    2 verzen
    73%

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  • Num 1:28-30
    3 verzen
    71%

    28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

  • 70%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 14Van de stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.

  • 15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • 69%

    15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

    16Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

  • 42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 25De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn.

  • Num 13:6-8
    3 verzen
    69%

    6Van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne.

    7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.

    8Van de stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun.

  • Num 2:12-13
    2 verzen
    69%

    12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

    13Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • 32En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;

  • Num 2:20-22
    3 verzen
    68%

    20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

    21Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

    22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • 18En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.