Exodus 1:3

Statenvertaling (States Bible)

Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 28:20 : 20 En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; zij zullen met goud ingevat zijn in hun vullingen.
  • Gen 35:23 : 23 De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, daarna Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Zebulon.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 2:1-2
    2 verzen
    85%

    1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

    2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 84%

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • 84%

    2Ruben, Simeon, Levi, en Juda;

  • Gen 35:23-24
    2 verzen
    81%

    23De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, daarna Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Zebulon.

    24De zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.

  • 6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

  • 18En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

  • 78%

    12Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.

    13En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • Num 1:8-9
    2 verzen
    78%

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 21En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.

  • 76%

    25En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.

    26En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

  • Num 1:28-31
    4 verzen
    76%

    28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Gen 46:13-14
    2 verzen
    76%

    13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

    14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

  • 27Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • Joz 19:16-17
    2 verzen
    74%

    16Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.

    17Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

  • 2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;

  • 5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

  • 19De zonen van Rachel, Jakobs huisvrouw: Jozef en Benjamin.

  • 19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

  • 1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

  • Num 1:36-37
    2 verzen
    73%

    36Van de zonen van Benjamin, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    37Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.

  • 14Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken.

  • 36Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.

  • 34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.

  • 1De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 3De kinderen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.

  • 11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;