Numeri 26:38

Statenvertaling (States Bible)

De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 8:1 : 1 Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,
  • Gen 46:2 : 2 En God sprak tot Israel in gezichten des nachts, en zeide: Jakob, Jakob! En hij zeide: Zie, hier ben ik!
  • Gen 46:21 : 21 En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.
  • 1 Kron 7:6-9 : 6 De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie. 7 En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig. 8 De kinderen van Becher nu waren Zemira, en Joas, en Eliezer, en Eljoenai, en Omri, en Jeremoth, en Abija, en Anathoth, en Alemeth; deze allen waren kinderen van Becher. 9 Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd. 10 De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar. 11 Alle dezen waren kinderen van Jediael, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde. 12 Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • 21En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.

  • Num 26:39-42
    4 verzen
    80%

    39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

    40En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.

    41Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.

    42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

  • 1 Kron 7:6-7
    2 verzen
    78%

    6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

    7En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

  • Num 26:35-37
    3 verzen
    78%

    35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.

    36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

    37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

  • Num 1:36-37
    2 verzen
    78%

    36Van de zonen van Benjamin, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    37Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.

  • Num 26:44-45
    2 verzen
    77%

    44De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.

    45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

  • Num 26:30-32
    3 verzen
    76%

    30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

    31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

    32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • 75%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

  • 28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

  • 26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • 24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

  • Num 26:12-13
    2 verzen
    73%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

  • Num 26:20-21
    2 verzen
    73%

    20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

    21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • Num 26:15-17
    3 verzen
    73%

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

    16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

    17Van Arod het geslacht der Arodieten; van Areli het geslacht der Arelieten.

  • 73%

    26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.

    27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

  • 7En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 1 Kron 5:7-8
    2 verzen
    72%

    7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

    8En Bela, de zoon van Azaz, den zoon van Sema, den zoon van Joel, die woonde te Aroer, en tot aan Nebo, en Baal-Meon,

  • 17En de zonen van Aser: Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en Sera, hun zuster; en de zonen van Berija: Heber en Malchiel.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 14Maar de kinderen van Benjamin verzamelden zich uit de steden naar Gibea, om uit te trekken ten strijde tegen de kinderen Israels.

  • 36Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.

  • 21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

  • 57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.