Numeri 26:39

Statenvertaling (States Bible)

Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 46:21 : 21 En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 26:31-32
    2 verzen
    82%

    31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

    32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • Num 26:35-38
    4 verzen
    79%

    35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.

    36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

    37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

    38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

  • Num 26:23-24
    2 verzen
    79%

    23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

    24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

  • 49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

  • Num 26:15-16
    2 verzen
    78%

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

    16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

  • Num 26:40-43
    4 verzen
    78%

    40En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.

    41Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.

    42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

    43Al de geslachten der Suhamieten, naar hun getelden, waren vier en zestig duizend en vierhonderd.

  • Num 26:12-13
    2 verzen
    76%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

  • Num 26:20-21
    2 verzen
    75%

    20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

    21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

  • 12Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 72%

    6Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.

    7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 23En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • Num 26:5-6
    2 verzen
    71%

    5Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;

    6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

  • Ezra 2:50-51
    2 verzen
    71%

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

  • 23En de zonen van Dan: Chusim.

  • 21En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.

  • 36De kinderen van Zofah waren Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Jimra,

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 53En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en de Esthaolieten.

  • 17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

  • 6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

  • 19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

  • 25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.

  • 20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  • 28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.