1 Kronieken 8:11

Statenvertaling (States Bible)

En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12De kinderen van Elpaal nu waren Eber, en Misam, en Semed; deze heeft Ono gebouwd, en Lod en haar onderhorige plaatsen;

  • 77%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 75%

    3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

    4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

    5En Gera, en Sefufan, en Huram.

    6Dezen nu zijn de kinderen van Ehud; dezen waren hoofden der vaderen van de inwoners te Geba, en hij voerde hen over naar Manahath;

    7En Naaman, en Ahia, en Gera; dezen voerde hij weg; en hij gewon Uzza en Ahihud.

    8En Saharaim gewon kinderen in het land van Moab (nadat hij dezelve weggezonden had) uit Husim en Baara, zijn vrouwen;

    9En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

    10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

  • 73%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • 39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • 12Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

  • 5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

  • 11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

  • 6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 39En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.

  • 3En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 8En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.

  • 11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 31En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.

  • 23En de zonen van Dan: Chusim.

  • 30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

  • 33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

  • 27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • 37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

  • 69%

    28En de kinderen van Onam waren Sammai en Jada. En de kinderen van Sammai: Nadab en Abisur.

    29De naam nu der huisvrouw van Abisur was Abihail: die baarde hem Achban en Molid.

  • 18Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

  • 4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;

  • 32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

  • 35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

  • 69%

    40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

    41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

  • Matt 1:13-14
    2 verzen
    69%

    13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

    14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;

  • 2Van de kinderen van Pinehas, Gersom; van de kinderen van Ithamar, Daniel; van de kinderen van David, Hattus.

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,