1 Kronieken 4:3

Statenvertaling (States Bible)

En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Richt 15:11 : 11 Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
  • 2 Kron 11:6 : 6 Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 4:6-7
    2 verzen
    78%

    6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

    7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 1 Kron 4:1-2
    2 verzen
    75%

    1De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

    2En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;

  • 4En Pnuel was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.

  • 73%

    32En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

    33De kinderen van Jaflet nu waren Pasach, en Bimhal, en Asvath; dit waren de kinderen van Jaflet.

  • 73%

    16En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.

    17En de kinderen van Ezra waren Jether, en Mered, en Efer, en Jalon; en zij baarde Mirjam, en Sammai, en Isbah, den vader van Esthemoa.

  • 18Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

  • 3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,

  • 71%

    11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

    12Eston nu gewon Beth-rafa, en Pasea, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;

  • 70%

    19En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.

    20En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

  • 37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  • 35En de kinderen van zijn broeder Helem waren Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.

  • 70%

    19De kinderen van Pedaja nu waren Zerubbabel en Simei; en de kinderen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja; en Selomith was hunlieder zuster;

    20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 53En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en de Esthaolieten.

  • 32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • 38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 70%

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

    11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 5De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

  • 29Baala, en Ijim, en Azem,

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

  • 6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

  • 33En al haar dorpen, die in den omloop dezer steden waren, tot Baal toe. Dit zijn hun woningen en hun geslachtsrekening voor hen.

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 30De kinderen van Aser waren Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Beria, en Sera, hunlieder zuster.

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 3En Basmath, de dochter van Ismael, zuster van Nebajoth.

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 69%

    16En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.

    17En Abigail baarde Amasa; en de vader van Amasa was Jether, een Ismaeliet.

  • 9En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

  • 18Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.