Jozua 15:29
Baala, en Ijim, en Azem,
Baala, en Ijim, en Azem,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
4En Eltholad, en Bethul, en Horma,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
26Amam, en Sema, en Molada,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,
29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
52Arab, en Duma, en Esan,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,
15En Zebadja, en Arad, en Eder,
8En Bela, de zoon van Azaz, den zoon van Sema, den zoon van Joel, die woonde te Aroer, en tot aan Nebo, en Baal-Meon,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
39Lachis, en Bozkath, en Eglon,
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
50En Anab, en Estemo, en Anim,
31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
36En Adama, en Rama, en Hazor,
15Bunni, Azgad, Bebai,
3En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.
18Hodia, Hasum, Bezai,
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
22En Jispan, en Eber, en Eliel,
31En Gedor, en Ahio, en Zecher.
18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,