1 Kronieken 3:6

Statenvertaling (States Bible)

Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 5:15 : 15 En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,
  • 1 Kron 14:5 : 5 En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
  • 1 Sam 14:5 : 5 De ene tand was gelegen tegen het noorden, tegenover Michmas, en de andere tegen het zuiden, tegenover Geba.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 90%

    4Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,

    5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

    6En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

    7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.

  • 84%

    14En dit zijn de namen dergenen, die hem te Jeruzalem geboren zijn: Schammua, en Schobab, en Nathan, en Salomo.

    15En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,

    16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 1 Kron 3:7-8
    2 verzen
    83%

    7En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

    8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • 1 Kron 3:2-5
    4 verzen
    79%

    2De derde Absalom, de zoon van Maacha, de dochter van Thalmai, de koning te Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;

    3De vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, van zijn huisvrouw Egla.

    4Zes zijn hem te Hebron geboren; want hij regeerde daar zeven jaren en zes maanden; en drie en dertig jaren regeerde hij te Jeruzalem.

    5Dezen nu zijn hem te Jeruzalem geboren: Simea, en Sobab, en Nathan, en Salomo; deze vier zijn van Bath-Sua, de dochter van Ammiel;

  • 75%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

    21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 75%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 2 Sam 3:4-5
    2 verzen
    75%

    4En de vierde, Adonia, de zoon van Haggith; en de vijfde Sefatja, de zoon van Abital;

    5En de zesde, Jithream, van Egla, Davids huisvrouw. Dezen zijn David geboren te Hebron.

  • 22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 39En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.

  • 33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

  • 32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

  • 26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

  • 72%

    13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

    14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • 9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 31En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

  • 23En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.