1 Kronieken 7:26

Statenvertaling (States Bible)

Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 27Zijn zoon was Non; zijn zoon Jozua.

  • 77%

    23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

    24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

    25De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.

    26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

    27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 75%

    3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

    4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  • 25En Refah was zijn zoon, en Resef; en zijn zoon was Telah; en zijn zoon Tahan;

  • 74%

    7Uit de Gersonieten waren Ladan en Simei.

    8De kinderen van Ladan waren dezen: Jehiel, het hoofd, en Zetham, en Joel; drie.

    9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

  • 74%

    40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

    41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

  • 74%

    18Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

    19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

    20En de kinderen van Efraim waren Suthelah; en zijn zoon was Bered; en zijn zoon Tahath; en zijn zoon Elada; en zijn zoon Tahath;

  • 73%

    6Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.

    7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 73%

    25Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.

    26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • 7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.

  • 10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

  • 26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 71%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

  • 20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

  • 48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 35En de kinderen van zijn broeder Helem waren Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.

  • 27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  • 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • 70%

    20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

    21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 7En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;

  • 7En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua;

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,