1 Kronieken 2:40
En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,
En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.
37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,
38En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,
39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,
12En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Sallum;
13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;
14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;
25Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.
26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.
11En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.
12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,
13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,
44Sema nu gewon Raham, den vader van Jorkeam, en Rekem gewon Sammai.
45De kinderen van Sammai nu waren Maon; en Maon was de vader van Beth-Zur.
42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,
26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;
12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;
13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;
37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;
31En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
38Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.
39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.
5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.
8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;
9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;
10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;
42Sallum, Amarja, Jozef.
32En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.
33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.
30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.
4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;
9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;
15De zonen van Josia nu waren dezen: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum.
49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.
26En Samserai, en Seharja, en Athalja,
27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.
32Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,
6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.
30Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,
6Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.
7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.