Mattheüs 1:8
En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;
En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;
10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;
11En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;
13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;
5En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;
6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;
37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,
38En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,
39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,
10Salomo's zoon nu was Rehabeam; zijn zoon was Abia; zijn zoon was Asa; zijn zoon was Josafat;
11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;
12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;
13Zijn zoon was Achaz; zijn zoon was Hizkia; zijn zoon was Manasse;
14Zijn zoon was Amon; zijn zoon was Josia.
8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;
9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;
42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.
35De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.
36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;
37En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.
13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;
14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;
12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,
1Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;
22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;
5En Abisua gewon Bukki, en Bukki gewon Uzzi;
6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.
24En Asa ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven met zijn vaderen, in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats.
16In het vijfde jaar nu van Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, toen Josafat koning was van Juda, begon Jehoram, de zoon van Josafat, den koning van Juda, te regeren.
24En Joram ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen, in de stad Davids; en Ahazia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
25In het twaalfde jaar van Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, begon Ahazia, de zoon van Jeroham, den koning van Juda, te regeren.
1In het zeven en twintigste jaar van Jerobeam, den koning van Israel, werd koning Azaria, de zoon van Amazia, den koning van Juda.
8En Abiam ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.
1Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda.
16De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.
7En Azaria ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in de stad Davids; en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.
33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,
26Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.