Mattheüs 1:9
En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;
En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
5En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;
6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;
8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;
10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;
11En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;
13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;
5En Abisua gewon Bukki, en Bukki gewon Uzzi;
6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;
7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;
8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;
9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;
10Salomo's zoon nu was Rehabeam; zijn zoon was Abia; zijn zoon was Asa; zijn zoon was Josafat;
11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;
12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;
13Zijn zoon was Achaz; zijn zoon was Hizkia; zijn zoon was Manasse;
14Zijn zoon was Amon; zijn zoon was Josia.
41De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.
42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.
37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,
38En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,
39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,
35De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.
36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;
37En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.
11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;
12En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Sallum;
13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;
14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;
12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,
22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
1Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
16De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.
1Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda.
20En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen, in de stad Davids; en Hizkia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
1Het geschiedde nu in het derde jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van Israel, dat Hizkia koning werd, de zoon van Achaz, koning van Juda.
9En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
1In het zeventiende jaar van Pekah, den zoon van Remalia, werd Achaz koning, de zoon van Jotham, den koning van Juda.
25Den zoon van Mattathias, den zoon van Amos, den zoon van Naum, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,
26Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,
38En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
29In het elfde jaar nu van Joram, den zoon van Achab, was Ahazia koning geworden over Juda.
17Ater, Hizkia, Azzur,
33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,