1 Kronieken 8:35

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 9:41 : 41 De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 93%

    40En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

    41De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.

    42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

    43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.

  • 80%

    36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

    37En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.

    38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 34En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

  • 5Zijn zoon Micha; zijn zoon Reaja; zijn zoon Baal;

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • Matt 1:8-10
    3 verzen
    73%

    8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

    9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

    10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

  • 73%

    14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

    15En Zebadja, en Arad, en Eder,

    16En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 72%

    24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

    25De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

  • 1 Kron 6:7-9
    3 verzen
    71%

    7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 20Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  • 11Micha, Rehob, Hasabja,

  • 71%

    11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;

    12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;

    13Zijn zoon was Achaz; zijn zoon was Hizkia; zijn zoon was Manasse;

  • 71%

    9En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

    10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

  • 40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  • 1 Kron 4:6-7
    2 verzen
    71%

    6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

    7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 70%

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

    27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;

  • 2En hij had broederen, Josafats zonen, Azarja, en Jehiel, en Zecharja, en Azarjahu, en Michael, en Sefatja; deze allen waren zonen van Josafat, den koning van Israel.

  • 11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 69%

    24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

    25De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.

  • 35En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 34Doch Mesobab, en Jamlech, en Josa, de zoon van Amazia,

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;